Uitleg DNS zone beheren

DNS zone beheren

DNS (Domain Name System) is het systeem dat domeinnamen vertaalt naar IP-adressen. Wanneer iemand een domeinnaam intypt in een browser, zorgen de DNS-records ervoor dat de bezoeker bij de juiste server terechtkomt. DNS bepaalt ook waar je e-mail naartoe wordt gestuurd en bevat beveiligingsinstellingen zoals SPF en DMARC.

Let op
Wijzigingen aan DNS-records kunnen invloed hebben op de bereikbaarheid van de website en e-mail. Pas records alleen aan als je weet wat je doet, of neem contact op met onze support.

Overzicht van de DNS zone-editor

De DNS zone-editor toont alle DNS-records van een domein in een overzichtelijke tabel. Elk record heeft vier velden:

  1. Naam – Het (sub)domein waarvoor het record geldt. Het @-teken staat voor het hoofddomein, een * (asterisk) is een wildcard voor alle subdomeinen.
  2. TTL (Time to Live) – Hoe lang het record in cache bewaard mag worden door andere DNS-servers.
  3. Type – Het soort DNS-record (bijv. A, AAAA, CNAME, MX, TXT).
  4. Waarde – De inhoud van het record, bijvoorbeeld een IP-adres of servernaam.

Rechts van elk record staat een verwijderknop (prullenbak-icoon). Onderaan de lijst staat een lege rij met een plus-knop (+) om een nieuw record toe te voegen. De knop "Zonefile opslaan" onderaan slaat al de wijzigingen op.

Uitleg DNS-recordtypen

In de DNS zone-editor kun je de volgende recordtypen gebruiken:

Type Beschrijving Voorbeeld waarde
A Koppelt een domeinnaam aan een IPv4-adres 87.239.9.27
AAAA Koppelt een domeinnaam aan een IPv6-adres 2001:678:be4:9::27
CNAME Verwijst een subdomein door naar een ander domein autoconfig.mail-cluster.nl
MX Bepaalt welke mailserver e-mail ontvangt 10 spamfw.mailport.nl
TXT Bevat tekstinformatie (SPF, DKIM, DMARC, verificatie) v=spf1 mx a ~all
SRV Specificeert een service op een bepaalde poort 10 10 443 server.nl
NS Bepaalt welke nameservers het domein beheren ns01.nl
CAA Bepaalt welke CA SSL-certificaten mag uitgeven 0 issue letsencrypt.org
ALIAS Zoals CNAME maar dan op het hoofddomein (@) ander-domein.nl
TLSA Koppelt een TLS-certificaat aan een dienst (DANE) 3 1 1 [hash]

TTL-waarden

De TTL (Time to Live) bepaalt hoe lang andere DNS-servers een record mogen cachen. Een lagere TTL zorgt ervoor dat wijzigingen sneller zichtbaar zijn, maar genereert meer DNS-verkeer.

TTL-waarde Betekenis Gebruik
10 minuten Snelle updates Tijdens migraties of testen
15 minuten Standaard (aanbevolen) Normale situatie
1 uur Minder frequent opvragen Stabiele records
4 uur Langere cache Records die zelden wijzigen
1 dag Maximale cache Zeer stabiele records (bijv. NS)
Tip
Verlaag de TTL naar 10 minuten vóór een geplande wijziging (bijv. servermigratie). Zo zijn wijzigingen sneller wereldwijd zichtbaar. Zet de TTL daarna weer terug naar 15 minuten of hoger.

Een DNS-record toevoegen

  • Scroll naar de onderkant van de recordlijst.
  • In de lege rij onderaan vul je de gegevens in: Naam (bijv. "www" of "@"), TTL, Type en Waarde.
  • Klik op het plus-icoon (+) rechts om de rij toe te voegen. Er verschijnt automatisch een nieuwe lege rij.
  • Klik op "Zonefile opslaan" onderaan de pagina om de wijziging door te voeren.

Voorbeeld: een subdomein aanmaken

Stel je wilt het subdomein "shop.uwdomein.nl" laten verwijzen naar een extern IP-adres:

  1. Naam: shop
  2. TTL: 15 minuten
  3. Type: A
  4. Waarde: 192.0.2.100 (het IP-adres van de externe server)

Een DNS-record wijzigen

  1. Zoek het record dat je wilt aanpassen in de lijst.
  2. Klik in het veld dat je wilt wijzigen (Naam, TTL, Type of Waarde) en pas de waarde aan.
  3. Klik op "Zonefile opslaan" om de wijziging op te slaan.
Tip
Alle velden zijn direct bewerkbaar.Je kunt gewoon in een veld klikken en de tekst aanpassen. Bij TTL en Type selecteer je de gewenste optie uit het uitklapmenu.

Een DNS-record verwijderen

  1. Zoek het record dat je wilt verwijderen.
  2. Klik op het prullenbak-icoon rechts van het record.
  3. Het record wordt direct uit de lijst verwijderd.
  4. Klik op "Zonefile opslaan" om de verwijdering definitief door te voeren.
Let op
Verwijder nooit zomaar MX-records (e-mail) of A/AAAA-records van het hoofddomein (@). Dit kan ervoor zorgen dat je website of e-mail niet meer bereikbaar is.

Gebruik gegevens (templates en presets)

Via de knop "Extra opties" bovenaan de DNS zone-editor kun je het paneel met extra functies openen. Onder "Gebruik gegevens" zie je een dropdown met kant-en-klare instellingen:

  1. Intention (Reset naar standaard) – Herstelt de DNS-zone naar de standaard Intention-instellingen. Handig als je iets verkeerd heeft ingesteld.
  2. Microsoft 365 – Stelt automatisch de juiste DNS-records in voor Microsoft 365 (Exchange Online, Teams, etc.).
  3. Google Workspace (G Suite) – Configureert DNS voor Google Workspace (Gmail, Google Drive, etc.).
  4. iCloud Mail – Stelt de DNS-records in voor Apple iCloud Mail.
  5. Eigen templates – Jouw zelf opgeslagen templates verschijnen ook in deze lijst.
  6. Ander domein – Je kunt de DNS-instellingen van een ander domein in jouw account overnemen.
Let op
Wanneer je een template of preset toepast, worden alle huidige DNS-records overschreven. Sla eerst de huidige instellingen op als template als je deze later nog nodig hebt.

Eigen templates beheren

Met eigen templates kun je DNS-configuraties opslaan en hergebruiken voor meerdere domeinen. Dit is vooral handig als je meerdere domeinen met dezelfde instellingen beheert.

Een template aanmaken

  1. Klik op "Beheer eigen templates" bovenaan de DNS zone-editor.
  2. Klik op "Nieuwe template aanmaken".
  3. Geef de template een naam en omschrijving.
  4. Vul de gewenste DNS-records in.
  5. Sla de template op.

Jouw opgeslagen templates verschijnen vervolgens in de lijst op de templatepagina en in het dropdown-menu onder "Gebruik gegevens" in de DNS zone-editor.

Vorige versies herstellen

De DNS zone-editor houdt automatisch een versiegeschiedenis bij. Hiermee kun je eenvoudig terugkeren naar een eerdere configuratie als er iets misgaat.

  1. Klik op "Extra opties" bovenaan de pagina.
  2. Onder "Vorige versies" selecteer je de gewenste versie uit het dropdown-menu.
  3. De geselecteerde versie wordt geladen in de editor.
  4. Controleer de records en klik op "Zonefile opslaan" om de herstelde versie op te slaan.
Tip
Het laden van een vorige versie overschrijft de huidige records pas nadat u op "Zonefile opslaan" klikt. U kunt dus eerst rustig de oude versie bekijken.

Gerelateerde artikelen

Terug naar de kennisbank

Kom je er niet uit?

Mail ons en je krijgt antwoord van iemand die je omgeving kent.
Op werkdagen meestal dezelfde dag.